Computers. Computers.
We kunnen niet zonder computers.
Er valt geen krant meer op de mat.
Er rijdt geen tram meer in de stad.
Je kunt geen geld meer pinnen
voor 'n patatje met.
Er komt geen soap meer op tv.
De beurs zakt zeker naar min twee.
Je kunt niks downloaden meer van het net.
Refrein:
De hele wereld ligt plat
zonder computer, zonder computer.
Wat moet je doen als je computer niks doet?
Wat een geploeter! Wat een geploeter!
Ik ben off-line.
Ik moet mezelf vermaken.
En hoe doe je dat ook alweer?
Hoe kun je zonder je computer schaken?
En hoe denk je dat ik leer?
Ik kan niet zonder ADSL.
Zonder computer ben ik zelf ook niet zo snel.
Computers. Computers.
We kunnen niet zonder computers.
Je bent je zoekmachine kwijt.
Wat moet je met je extra tijd?
Je vraagt je af of je je eindexamen redt.
Hoe kies je zonder een menu?
We zakken ver onder 't IQ.
Hoe maak je 'n werkstuk zonder internet?
Refrein
Ik ben off-line.
Ik voel me zo verlaten
en de angst vliegt me naar de keel.
Hoe kun je zonder je computer praten?
En hoe schrijf je zonder mail?
Ik kan niet zonder het internet.
Zonder computer ben ik zelf ook uitgezet.
Zonder computer: off-line!
Zonder computer: gewist!
Zonder computer lig ik eruit.
Zonder computer de aansluiting gemist!(2x)
Off-line!!!!!!