Refrein:
Want als je tweeling bent dan ben je nooit alleen.
Je kent elkaar zoals je linker 't rechterbeen.
Als jij een ziek bent, dan ben ik zo van de kook.
Maar een tweeling blijf je altijd hoe dan ook.
fg1: We lagen allebei gezellig aan de borst.
We zeurden beiden bij de slager om een worst.
Toch was ik anders, maar als ik het nu bekijk,
kan ik niet anders zeggen da'k op je lijk!!
Refrein
fg2: We poepten telkens tegelijk de luiers vol.
en onze ouders werden knetter-, stapeldol.
Toch was ik anders, maar als ik het nu bekijk,
kan ik niet anders zeggen da'k op je lijk!!
fg1: Ik was het bier.
fg2: En ik het glas.
fg1: Ik de sigaar.
fg2: En ik de as.
fg1: Ik was de fitting
fg2: Ik de lamp.
fg1: En als het fout ging...
fg2: ...ik de ramp.
fg1: Ik was de oudste.
fg2: Nummer twee!
fg1: Niet altijd wijste...
fg2: ...'t viel niet mee.
Wat zijn we superdom geweest.
Misschien ikzelf wel 't allermeest.
fg2: Ik geef het toe. Ik was jaloers op wie jij was.
Jij was de knapste van de school en elke klas.
Jij las steeds boeken, maar ik vond de kaft al veel.
Ik was de sufferd en jij was het tegedeel.
fg1: Ik geef het toe. Ik was jaloers, zo was het steeds.
Ik moest studeren. Jij was met je rollerskates.
Ik zat maar binnen. Jij lag buiten in de zon
terwijl ik hardop Franse woordjes leren kon.
Refrein (2x)